Nieuws
16 februari 2010
De patiënt écht centraal
Boekje over rol van de patiënt aangeboden aan vaste Kamercommissie VWS.
In zijn boekje Knopen Tellen legde Henk Kuijer op positief kritische wijze zijn ervaringen in de zorg vast. Hij deed dit in de laatste periode van zijn leven. Op 2 oktober bood hij het boekje als petitie aan, op 7 oktober overleed hij.
Het boekje is geen klaagzang, maar bevat praktische tips en ervaringen, waarin zowel patiënten als professionals herkenning blijken te vinden. In een aantal voorbeelden laat Kuijer zien dat de patiënt in de dagelijkse praktijk nog steeds niet centraal staat in de zorg.
Kuijer pleit in zijn boekje voor een beter gebruik van ICT in de gezondheidszorg en voor elektronische toegang van de patiënt tot het eigen dossier. Hij zegt hierover: "Leg nou gewoon een keer dat elektronisch patiëntendossier aan en gebruik dat. Ga nou niet zelf weer wat opstellen, dan krijg je dit soort fouten". In de praktijk wordt al jarenlang vergaderd over het elektronisch patiëntendossier (EPD), de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is onlangs uitgesteld tot april.
Minister
Minister Klink liet zich in een interview in het blad Signaal lovend uit over de inhoud van het boekje. Signaal is het kwartaalmagazine van NICTIZ, het expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert.
14 december 2009
Sterftecijfers ziekenhuizen medio 2010 openbaar
Ziekenhuizen maken vanaf medio 2010 hun sterftecijfers
bekend. Patiënten kunnen dan voor elk ziekenhuis nagaan hoe groot het
risico op overlijden is.
Dat
hebben de NVZ Vereniging van Ziekenhuizen, de Nederlandse Federatie van
Universitair Medische Centra (NFU) en de Orde van Medisch Specialisten
vandaag, vrijdag 11 december, laten weten. De organisaties geven
hiermee gehoor aan de 'nadrukkelijke wens van de maatschappij om de
cijfers te kunnen raadplegen', aldus NVZ-directeur Gita Gallé.
Einde aan verhitte discussie sterftecijfers
Met het besluit komt een eind aan een verhitte discussie over het wel of niet publiceren van sterftecijfers.
Patiëntenorganisaties, artsen, media en ook de Tweede Kamer dringen
hier al jaren op aan. Ze vinden het onacceptabel dat ziekenhuizen zelf
hun sterftegetal kennen, maar weigeren om dat bekend te maken.
Hospital Standardized Mortality Rate
Medio
volgend jaar worden eerst de ruwe, absolute sterftecijfers
gepubliceerd. Dat getal geeft inzicht in het aantal ziekenhuisdoden
gerelateerd aan het aantal ziekenhuisopnamen. De inzet is om in 2011
ook met het gewogen sterftecijfer naar buiten te komen, het zogenoemde HSMR (Hospital Standardized Mortality Rate).
De HSMR koppelt de werkelijke ziekenhuissterfte aan de sterfte die je
op grond van de patiëntenpopulatie (leeftijd, ernst van de ziekte
enzovoorts) mag verwachten. Een hoog HSMR zegt hiermee iets over vermijdbare fouten met dodelijke afloop. De ziekenhuizen hebben steeds aangevoerd dat dit gewogen sterftecijfer nog niet rijp was voor publicatie.
'Ziekenhuis des doods'
Minister
van Volksgezondheid Ab Klink liet eerder al weten het toe te juichen
als ziekenhuizen zelf met de cijfers naar buiten komen. In landen als
Canada, Denemarken, Engeland, Zweden en delen van de VS kunnen
patiënten het HSMR al jarenlang raadplegen. Sommige slecht scorende
ziekenhuizen wisten er hun sterftecijfers drastisch omlaag te brengen,
nadat deze openbaar werden. Dat gold bijvoorbeeld voor het Engelse
'ziekenhuis des doods' Walsall, dat aanvankelijk een HSMR van 130 had,
waar 100 gemiddeld is.
3 december 2009
Sint Lucas Andreas Ziekenhuis wint Patiëntveiligheid Award
Het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis is de winnaar van de Nationale Patiëntveiligheid Award 2009. Het winnende project Medication reconcilation is opgezet om medicatiefouten bij overdrachtsmomenten te voorkomen. De jury en het publiek stemden voor dit initiatief als beste op het gebied van patiëntveiligheid. Het ziekenhuis kreeg de prijs uitgereikt onder toeziend oog van minister Klink tijdens het congres Expeditie Patiëntveiligheid, georganiseerd door het VMS Veiligheidsprogramma.
De jury, onder voorzitterschap van Atie Schipaanboord, directeur Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), roemde het initiatief. Uit onderzoek van het ziekenhuis bleek dat er nogal wat fouten ontstonden met medicijnen als een patient wordt opgenomen voor bijvoorbeeld een operatie of als een patiënt met medicatie uiteindelijk wordt ontslagen. Onder andere door gebrekkige controle van medicatie bij opname en ontslag en onvoldoende betrokkenheid van de patiënt. Met de nieuwe werkwijze is de patiënt vollediger geïnformeerd en wordt een verkeerde medicatieoverdracht vaker voorkomen. Erkennen van fouten is belangrijk, maar vooral ook leren van fouten. Met de uitreiking van de award wil het VMS Veiligheidsprogramma initiatieven belonen die onbedoelde vermijdbare schade kunnen verminderen en voorbeeld laten zijn voor de andere ziekenhuizen.
NAM
Het winnende ziekenhuis
krijgt naast de Award, een bezoek aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij
(NAM) aangeboden. Het bedrijf is verantwoordelijk voor het opsporen en winnen
van aardgas en olie in Nederland. Veiligheid staat bij de NAM, net zoals bij de
gehele gas-en olie industrie, hoog in het vaandel. Tijdens het bezoek aan de NAM
worden ervaringen en werkwijzen op het gebied van veiligheid uitgewisseld en
brengt het winnend ziekenhuis een bezoek aan een buitenlocatie.
Minister Klink
Tijdens het congres dat
door ruim 500 professionals werd bezocht pleitte de minister voor meer openheid.
Minister Klink, van Volksgezondheid: ”We weten wat er kan gebeuren als we niet
durven melden. Elkaar de hand boven het hoofd houden en het gebruik van de
doofpot zijn taboe in een tijd dat we werken aan een zo transparant mogelijk
zorgstelsel. Medisch specialisten zijn geen onaantastbare professionals. Fouten
melden moet. En melden moet op elk niveau. Niet om disciplinaire of juridische
stappen uit te lokken, maar juist om de kwaliteit en de veiligheid van de zorg
te verbeteren”.
30 oktober 2009
Ziekenhuispatiëntjes zoeken eigen personeel
Patiëntjes van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) starten zelf een wervingscampagne voor nieuw personeel. Dit heeft het ziekenhuis in Utrecht vrijdag bekendgemaakt.
De nieuwe wervingscampagne is 'kanjercampagne' genoemd. ,,Met deze campagne willen we uitstralen dat het WKZ kinderen serieus neemt'', zegt Julianne Meijers, manager zorg van het ziekenhuis. ,,De kinderen weten immers heel goed wie ze wel en niet aan hun bed, in de operatiekamer of in de spreekkamer willen ontmoeten.''
De patiënten van het kinderziekenhuis gaan op zoek naar kinderverpleegkundigen, operatieassistenten en anesthesiemedewerkers.
27 oktober 2009
ZwangerWijzer uitgebreid met risico’s op het werk
Werkomstandigheden kunnen soms schadelijk zijn voor de vruchtbaarheid, de zwangerschap en het ongeboren kind. Vanaf 3 november kunnen mensen met een kinderwens eenvoudig nagaan of er in hun werk omstandigheden zijn die een gezonde zwangerschap in de weg staan. Dat kan op www.zwangerwijzer.nl. Deze online zelftest voor mensen met een kinderwens is uitgebreid met vragen over werk. Daarmee wordt een belangrijke groep risico’s voortaan meegenomen in de totale inventarisatie van preconceptionele risicofactoren. De erkmodule kwam tot stand op initiatief van het Erfocentrum, het Erasmus MC en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
Meer aandacht voor risico's op het werk
De meeste mensen in de vruchtbare leeftijd werken. Werk
is echter een van meest onderbelichte onderdelen in de preconceptiezorg. Dat
gold ook voor ZwangerWijzer. De online zelftest voor mensen met een kinderwens,
richtte zich vooral op leefstijlfactoren, en risico`s voortkomend uit de
medische en obstetrische voorgeschiedenis. Toch is juist van diverse
arbeidsomstandigheden bekend dat ze schadelijk kunnen zijn voor de
vruchtbaarheid, de zwangerschap en het ongeboren kind.
Inhoud werkmodule
De werkmodule bestaat uit zes
vragen over de werkomstandigheden van beide partners. Daarbij gaat het om
werken met chemische stoffen, lichamelijk zwaar werk, onregelmatige werktijden,
stress, infectiegevaar en de invloed van fysische factoren zoals lawaai. Als
een risicofactor van toepassing is, geeft de werkmodule informatie over de
risico's én advies over preventieve maatregelen die op het werk genomen kunnen
worden, vaak al vóór de zwangerschap. De informatie is afgestemd met de in 2007
verschenen NVAB-richtlijn voor bedrijfsartsen ‘Zwangerschap, postpartumperiode
en werk'.
Centrale rol bedrijfsarts
Als er sprake
is van schadelijke factoren op het werk, dan is de bedrijfsarts de eerst
aangewezen persoon om werknemers met een kinderwens te informeren over de
risico's en eventuele voorzorgsmaatregelen. Deze centrale rol van de
bedrijfsarts bij werkgerelateerde risicofactoren wordt in ZwangerWijzer
benadrukt. Daarnaast verwijst de werkmodule naar verloskundigen, huisartsen en gynaecologen.
Toch zal ook hier in bepaalde gevallen de deskundigheid van een bedrijfsarts
nodig zijn voor de juiste inschatting van de risico's en een passend advies.
Werkgever en werknemer
Ook de eigen
verantwoordelijkheid van werknemers komt in de werkmodule aan bod, bijvoorbeeld
in de vorm van concrete tips over veilig werken met schadelijke stoffen.
Daarnaast worden de verplichtingen van een werkgever genoemd. Zoals bekend, is
deze wettelijk verplicht alle gevaren voor een ongeboren kind zoveel mogelijk
weg te nemen, zo nodig de werkzaamheden aan te passen, of in het uiterste geval
te zorgen voor vervangend werk.
23 oktober 2009
Ziekenhuis Gelderse Vallei wint landelijke strategieprijs
Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede heeft een belangrijke award gekregen: de nationale strategieprijs. Het ziekenhuis heeft deze award ontvangen voor de strategie van het organisatieontwikkelingstraject. Nicolet Zeller, lid Raad van Bestuur, en Evelien Beentjes, organisatieadviseur, hebben de prijs vol trots in ontvangst genomen op de Nationale Strategiedag. Deze Strategiedag werd door de Vereniging voor Strategische Beleidsvorming en de Orde van organisatiekundigen en - adviseurs (Ooa) georganiseerd. Ziekenhuis Gelderse Vallei is vernieuwend in haar aanpak en vervult hiermee een voorbeeldfunctie voor alle andere ziekenhuizen.
Het ziekenhuis in Ede realiseert zich dat de omgeving snel verandert en dat ziekenhuiszorg in de toekomst aan andere eisen moet voldoen dan nu. Er is daarom een organisatieontwikkelingstraject gestart met als doel de bestuurbaarheid en de marktoriëntatie te vergroten.
Teamwork
In het
organisatieontwikkelingstraject werkt Ziekenhuis Gelderse Vallei aan de
integratie van medisch specialisten en ziekenhuisorganisatie. Voor de toekomst
van de patiëntenzorg en het voortbestaan als ziekenhuis in deze tijd, is het
noodzakelijk dat de scheiding tussen medisch specialisten en
ziekenhuisorganisatie opgeheven wordt. Ziekenhuiszorg is een ‘product' dat
uitsluitend door teamwork tot stand kan komen. Al jaren werkt het ziekenhuis aan
dit thema, ondanks dat er belemmeringen zijn in wet- en regelgeving.
Strategie
De strategie waarvoor het ziekenhuis
heeft gekozen, is het werken met resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE's). Om
te ontdekken hoe de RVE's vorm kunnen krijgen worden medisch specialisten in de
gelegenheid gesteld proefprojecten te starten. Letterlijk en figuurlijk een
gezamenlijke onderneming. Zij krijgen desgewenst ondersteuning en lopen geen
persoonlijk risico.
Duaal
management
Managementparticipatie van medisch
specialisten werd in 2003 ingevoerd. Nu worden in de RVE's medisch specialisten
en ziekenhuisorganisatie verder geïntegreerd. De verantwoordelijkheid voor
kwaliteit en bedrijfsvoering komt bij elkaar. Dit doet het ziekenhuis met duaal
management: één specialist gaat leiding geven aan de RVE, samen met een
organisatorisch manager.
Resultaat
De continue inspanning om medisch
specialisten en organisatie te integreren, heeft ertoe geleid dat de afstand
tussen beiden enorm is afgenomen. De medische staf en organisatie participeren
beiden in het organisatieontwikkelingstraject. De resultaten die Ziekenhuis
Gelderse Vallei boekt zijn spectaculair. Voor de patiënt, voor de medisch
specialist, voor de medewerkers, maar ook financieel. Het negatieve eigen
vermogen van 14 miljoen in 2002 is omgebogen naar een positief eigen vermogen
van 20 miljoen in 2008.
13 oktober 2009
Openbaarheid verbetert prestaties zorgverzekeraars
Het nieuwe zorgstelsel en publicatie van vergelijkende kwaliteitsinformatie gaat in Nederland samen met betere prestaties van de zorgverzekeraars, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg in BMC Health Services Research.
De zorgverzekeraars zijn het beter gaan doen. Er bestaat minder onduidelijkheid over wanneer consumenten moeten bijbetalen voor de zorg, de bejegening van klanten is verbeterd, de informatie is duidelijker. Verzekerden beoordelen de verzekeraars in het algemeen positiever dan voorheen. Dit blijkt uit een vergelijking van de prestaties van de zorgverzekeraars over de afgelopen vier jaar. Voor de vergelijking gebruikten de onderzoekers de zogenoemde Consumer Quality Index (CQ-index). In een landelijk onderzoek zijn de prestaties van de verzekeraars volgens hun verzekerden naast elkaar gezet. Opmerkelijk is dat de verzekeraars naar elkaar zijn toegegroeid. De onderlinge verschillen zijn kleiner geworden doordat de verzekeraars die voorheen onder gemiddeld presteerden, meer vooruit zijn gegaan dan verzekeraars die al gemiddeld of bovengemiddeld presteerden.
Angst voor reputatieschade
NIVEL-onderzoeker Michelle Hendriks: “De verzekeraars zijn niet naar elkaar toegegroeid doordat verzekerden massaal overstapten. Maar het openbaar publiceren van hun prestaties, op bijvoorbeeld www.kiesBeter.nl, en de ingevoerde marktwerking lijken genoeg druk te geven voor zorgverzekeraars om hun prestaties op te krikken. Drie mogelijke drijfveren voor zorgverzekeraars zijn de angst om klanten te verliezen, de angst voor reputatieschade, en dat ze uit zichzelf niet slecht willen presteren. Welke van deze drie het belangrijkste is, is niet bekend. Aannemelijk lijkt dat vooral angst voor reputatieschade en de angst om klanten te verliezen een rol spelen.”
Telefonisch onbereikbaar
De prestaties zijn beter, maar nog niet op alle punten, stelt Hendriks. “Jammer genoeg, blijven verbeterpunten uit het oude stelsel, nog steeds bestaan. De telefonische bereikbaarheid is niet verbeterd. Onzekerheid over bijbetaling wordt weliswaar minder, maar is nog niet verdwenen. Dit zijn dan ook belangrijke dingen om op te letten als iemand een zorgverzekeraar gaat kiezen. Voor de zorgverzekeraars bieden deze punten een kans om zich te onderscheiden.”
CQ-index
Met een CQ-index is de kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van patiënten of cliënten op een gestandaardiseerde manier in kaart te brengen. Op allerlei terreinen binnen de gezondheidszorg worden momenteel CQ-index vragenlijsten ontwikkeld. De systematiek van de CQ-index is ontwikkeld door het NIVEL, in samenwerking met de afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC, met subsidie van Agis, de Stichting Miletus (een samenwerkingsverband van verzekeraars) en ZonMw. De CQ-index wordt beheerd door het Centrum Klantervaring Zorg.
8 oktober 2009
V&VN en het St. Antonius Ziekenhuis ontvangen minister Klink
Op 5 oktober heeft minister Klink samen met de Tweede Kamerleden Sabine Uitslag van het CDA en Anja Timmer van de PvdA een werkbezoek gebracht aan het St. Antonius Ziekenhuis. De minister en Kamerleden bezochten het St. Antonius Ziekenhuis om zich te laten informeren over kwaliteitszorg en patiëntveiligheid. Ook woonden ze de 20.000e inschrijving bij in het Kwaliteitsregister Verpleegkundigen & Verzorgenden. De 20.000e geregistreerde is verpleegkundige in het St. Antonius Ziekenhuis.
Excellente Zorg
Tijdens het bezoek aan het St Antonius Ziekenhuis lieten de minister en de Kamerleden zich uitgebreid voorlichten over het initiatief ‘Excellente Zorg'. Het St. Antonius Ziekenhuis is één van de 12 zorginstellingen die meedoen aan dit initiatief van V&VN en de NPCF Doel is een instrument te ontwikkelen dat een cultuuromslag in zorginstellingen ondersteunt, om excellente, patiëntgerichte verpleegkundige zorg te realiseren. V&VN en NPCF laten zich hiervoor onder andere inspireren door de Amerikaanse aanpak, waar zogeheten 'magnet hospitals' zich onderscheiden op aspecten verpleegkundig leiderschap, kwaliteitsverbetering, autonomie van verpleegkundigen en professionele ontwikkeling. Dit zorgt daar voor een grotere binding van verpleegkundigen met het ziekenhuis.
Kwaliteitsregister V&V
Verpleegkundigen in staat stellen om kwaliteit te leveren is een van de belangrijke kenmerken van een ziekenhuis dat 'Excellente Zorg' levert. V&VN en het St. Antonius Ziekenhuis onderstreepten dit door de minister tijdens het werkbezoek aan het ziekenhuis de 20.000e inschrijving van een verpleegkundige in het Kwaliteitsregister V&V te laten bijwonen. Het Kwaliteitsregister V&V is een registratiesysteem op internet waarin verpleegkundigen en verzorgenden kunnen vastleggen wat ze doen aan deskundigheidsbevordering. Het Kwaliteitsregister bevat ook een overzicht met geaccrediteerde cursussen, opleidingen en congressen. Een onafhankelijke accreditatiecommissie beoordeelt de diverse (bij)scholingen en congressen van aanbieders op voldoende kwaliteit.
Medische kwaliteit en innovatie
De minister en de Kamerleden brachten ook een bezoek aan het Multidisciplinair Vasculair Interventiecentrum (M-VIC) van het St. Antonius. Hierbinnen werken diverse specialismen nauw met elkaar samen om de patiënt met vaatlijden de beste zorg te bieden. Daarnaast lieten zij zich informeren over projecten rondom patiëntveiligheid, medische innovatie en onderzoek in het St. Antonius Ziekenhuis. Zowel verpleegkundigen als medische specialisten vertelden op gedreven wijze hoe zij deze onderwerpen in de dagelijkse praktijk ervaren.
6 oktober 2009
Symposium over Europese samenwerking patiëntveiligheid
Is Europese samenwerking op het gebied van patiëntveiligheid mogelijk? Of is Europa te divers? En is voor samenwerking standaardisatie in de zorg nodig? Of bedreigt dit de innovatie in de gezondheidszorg? En wat hebben patiënten en zorgverleners aan internationale samenwerking? Deze en andere actuele vraagstukken komen aan de orde op het symposium over patiëntveiligheid op 10 november in Amersfoort. meer
2 oktober 2009
Atriumvestiging Brunssum bestaat vijftig jaar
(Door Wim Dragstra)
Een halve eeuw geleden ging Atrium Brunssum van start. Op 1 september 1959 arriveerden de eerste religieuzen in Brunssum. Het waren de zusters Franciscanessen van Heythuysen die de verpleging grotendeels op zich zouden nemen. Van een echt ziekenhuis was op de startdatum nog geen sprake, in feite werd er nog volop gebouwd. Operatiekamers en ziekenzalen waren nog niet klaar. Bouwlieden en schilders liepen overal rond. Daar tussendoor waren de zusters bezig met het uitpakken van de materialen die nodig waren om zieken te verplegen: de bedden, stoelen, kastjes, de po's, het verband, verpleegmateriaal en ga zo maar door. Op 8 oktober 1959 werd de eerste patiënt opgenomen. Het was mevrouw Annie Bergs (toen De Lange-Bergs) en ze woont nog steeds in Brunssum (zie interview elders).
Atrium Brunssum begon als het St. Gregoriusziekenhuis, onderdeel van de stichting H. Gregorius de Grote die al in 1953 werd opgericht en waarvan dr. A. Mey de eerste voorzitter was en de toenmalige burgemeester van Brunssum W. Quint de vice-voorzitter. De eerste steen voor het ziekenhuis werd op 29 september 1958 gelegd. Toen kon de bouw dus werkelijk van start en kreeg Brunssum het eigen ziekenhuis . De Brunssumers waren er trots op dat de gemeente, die de toen nog volop draaiende staatsmijn Hendrik binnen haar grenzen had, een eigen hospitaal kreeg.
Het was noodzaak dat er een ziekenhuis bij kwam. Behalve Heerlen, Kerkrade en Sittard was er gezien de groei van de bevolking meer ziekenhuiszorg in de Mijnstreek nodig. Er was nog even sprake van een ziekenhuis in Hoensbroek, maar uiteindelijk werd toch voor Brunssum gekozen en werd in Hoensbroek een revalidatiecentrum gevestigd. Het ziekenhuis moest er snel komen, daarom werd voor utiliteitsbouw gekozen. ‘Men moet niet naar Brunssum gaan om de architectuur of de binnenhuisarchitectuur te bewonderen, doch men kan er wel veel praktische en kostenbesparende dingen aantreffen', aldus dr. H. van IJzeren, directeur-geneesheer van het St. Canisiusziekenhuis in Nijmegen in een artikel.
Medici
Dokter V. van den Brekel werd de eerste geneesheer-directeur
van het Brunssumse ziekenhuis. En internist L. Crobach, de eerste specialist
die er ging werken. Het duurde een tijdje voor Annie Bergs (zij was een patiënt
van dokter Crobach) gezelschap kreeg van een tweede patiënt: het werd Lei
Theunissen. Zijn bed werd in de grote wachtkamer - links van de ingang - gezet
achter een scherm, want hij kon natuurlijk niet op één kamer met een
vrouw. Het duurde weken voordat de
eerste ziekenzalen klaar waren. Daar heeft Annie Bergs overigens nog gelegen
tot vlak voor Kerst dat jaar! In die tijd waren ziekenhuisopnamen van maanden
nog redelijk normaal.
Er wordt in de beginjaren nog gestaag gebouwd. Het verpleegstershuis is in oktober 1960 klaar, in maart 1961 de kapel (tot dan was er een noodkapel) en op 1 juni 1961 kan het klooster in gebruik genomen worden en daarmee is de bouw (die in totaal 8,1 miljoen gulden heeft gekost) afgerond.
Het Brunssumse ziekenhuis startte met 60 bedden en groeide uit tot 231 bedden in 1968. Bijzonder was dat het stichtingsbestuur de zusters van Heythuysen (Franciscanessen) bereid vonden om met veertig religieuzen naar Brunssum te komen om in de verpleging te werken. Op 18 oktober 1961 wordt het St. Gregoriusziekenhuis officieel geopend. Bisschop Moors komt uit Roermond om de ruimten (en ook alle kruisjes die op de diverse zalen en kamers komen te hangen) in te zegenen. Ten tijde van de officiële opening had het ziekenhuis 15 specialisten. Er waren toen 39 religieuzen in dienst en 17 gediplomeerde lekenverpleegsters, 52 leerling-verpleegsters, 26 zogenoemde helpsters en 23 gespecialiseerde krachten voor de administratie en de technische dienst.
Verpleegkliniek
Rondom het ziekenhuis wordt ook in de jaren zestig en
zeventig nog driftig gebouwd. Er komt een zusterhuis bij en naast het
ziekenhuis komt een verpleegkliniek die
ook de naam St. Gregorius krijgt. De eerste paal voor de verpleegkliniek werd
op 8 november 1968 geslagen en de eerste patiënt komt eind december 1970. Later
wordt deze verpleegkliniek het zorgcentrum Schuttershof.
Het ziekenhuis in Brunssum kenmerkt zich door kleinschaligheid. Iedereen kent iedereen en daardoor ontstaat er een ongedwongen sfeer. Die sfeer heeft zich tot nu toe weten te handhaven.
In de loop der jaren zijn er duizenden baby's geboren in het ziekenhuis van Brunssum. Huppie Lorijn was de eerste op de elfde van de elfde in 1958 en Mario Heibrink was de 700ste in die in het jaar 1987 geboren werd, op de voorlaatste dag van dat jaar en dat was meteen een record. Misschien kwam dat wel omdat er op 19 juli in dat jaar ook een drielang geboren werd. Zoiets gebeurt ook ineen ziekenhuis niet elke dag.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw is er vaker sprake van sluiting van het ziekenhuis. Beddenreductie is het adagium, de minister stelt een norm van 3,7 promille. Acties, demonstraties, nota's en hoorzittingen, het komt allemaal voor in de geschiedenis van het Brunssumse ziekenhuis.
St. Gregorius fuseerde op 1 januari 1989 met het De Weverziekenhuis in Heerlen. En vanaf 1998 heet het Atrium Brunssum als onderdeel van Atrium Medisch Centrum Parkstad. Er is naast het poliklinisch centrum ondermeer het Centrum voor Planbare Zorg gevestigd waar praktisch alle planbare operaties (staar, nieuwe knie- en heupgewrichten uitgevoerd worden.

